Waarom goed water meer is dan alleen een grenswaarde
Naast de chemische analyse heeft het IIREC de biofysische kwaliteit van door MAUNAWAI gefilterd water onderzocht, met behulp van een methode die chemische meetprocedures met een extra dimensie aanvult.
- Resonantiespectroscopie meet welke elektromagnetische signalen in het water zijn opgeslagen. Een eigenschap die bij standaard chemische analyses niet wordt geregistreerd.
- MAUNAWAI-filtraat vertoont een coherentiefrequentie van 22,5 Hz, die in ongefilterd leidingwater niet aantoonbaar was.
- De gemeten frequenties wijzen op hexagonale waterstructuren, zoals prof. Pollack (Universiteit van Washington) deze in biologische processen heeft beschreven.
- De biofysische kwaliteit bleef gedurende de gehele testperiode van 12 maanden constant stabiel.
- Chemische en biofysische analyses samen geven een volledig beeld van de waterkwaliteit. Bij MAUNAWAI zijn beide resultaten uitstekend.
De vitale frequentie – wat uw water gemeen heeft met uw cellen
Dat schoon water vrij van schadelijke stoffen moet zijn, spreekt voor zich. Maar wat maakt water in biologische zin echt ‘goed’? Waarom smaakt vers bronwater anders dan gebotteld water, hoewel beide aan dezelfde grenswaarden voldoen? Het antwoord ligt in een eigenschap die conventionele laboratoriumanalyses niet registreren: het vermogen van water om informatie op te slaan en biologisch werkzame resonanties te vormen.
Het principe: water heeft een geheugen
Het wateronderzoek van de afgelopen decennia heeft een opmerkelijke ontdekking opgeleverd: vloeibaar water bestaat niet alleen uit afzonderlijke H₂O-moleculen die willekeurig rondzweven. Ongeveer 30 % van het vloeibare water bij kamertemperatuur vormt kristalachtig geordende verbindingen – zogenaamde vloeibaar-kristallijne structuren. Deze structuren zijn verbazingwekkend stabiel en kunnen elektromagnetische signalen opslaan – vergelijkbaar met hoe een magneetband muziek opneemt.
Met een bij het IIREC – het Internationale Instituut voor EMC-onderzoek – ontwikkelde methode kunnen deze opgeslagen signalen worden uitgelezen. Hierbij wordt een magnetisch signaal aan een watermonster toegevoerd. Als dit signaal al in het water is opgeslagen, gaat het monster in resonantie – en ontstaat er een meetbaar signaal. Als men deze signalen tegen de betreffende frequentie uitzet, krijgt men een zogenaamd fasecoherentiespectrum: een soort vingerafdruk van de biologische kwaliteit van het water.
Wat de meting aantoont
Mag. Dr. Walter Hannes Medinger onderzocht leidingwater voor en na filtratie door het MAUNAWAI-systeem. De resultaten waren eenduidig: in het door MAUNAWAI gefilterde water traden twee bijzonder sterke resonantiesignalen op, die in het ongefilterde leidingwater niet aanwezig waren.
Het eerste signaal lag bij 22,5 Hz – een frequentie die in het biofysisch onderzoek bekend staat als vitale frequentie. De Duitse pionier op het gebied van bioresonantie, Paul Schmidt, had deze frequentie al in verband gebracht met celvernieuwing en de werking van het celmembraan. De Britse elektrofysicus prof. dr. Cyril W. Smith stelde vast dat een waterresonantie bij 22,6 Hz verband houdt met een vijfhoekige geometrie in water. En dankzij de Nobelprijswinnaar voor scheikunde Peter Agre (2003) weten we dat het transport van watermoleculen door het celmembraan een elektromagnetisch proces is.
Het tweede signaal bij 61,0 Hz ligt in het biologische resonantiegebied van het gehoor en verschillende delen van de darm – gebieden waarvan het belang voor de gezondheid al lang bekend is.
De wetenschappelijke duiding
Wat betekenen deze frequenties concreet? Dr. Medinger vat het als volgt samen: „Een positief resonantiesignaal van het water bij 22,5 Hz staat voor een biologisch regeneratief effect van het water, voor een optimale celpenetratie en voor het bevorderen van de orde in de cel.” Het water krijgt bij het doorlopen van het MAUNAWAI-filter eigenschappen die lijken op die van celwater – het komt qua structuur in de buurt van het water dat van nature in onze lichaamscellen voorkomt.
Prof. Gerald Pollack van de Universiteit van Washington en de Koreaanse onderzoeker dr. Mu Shik Jhon hebben onafhankelijk van elkaar het belang van hexagonale waterstructuren voor biologische processen beschreven. De bij het MAUNAWAI-filtraat gemeten frequenties van 22,6 Hz en 35 Hz wijzen volgens de bevindingen van prof. Smith en prof. Pollack op precies dergelijke hexagonale structuren – spiraalvormig opgerolde ringformaties die als bijzonder biocompatibel worden beschouwd.
Bescherming tegen elektrosmog
Een andere opmerkelijke bevinding van het IIREC-onderzoek: door MAUNAWAI gefilterd water vertoont een goede weerstand tegen elektromagnetische storingen. In proeven werd het water blootgesteld aan de straling van een DECT-basisstation – een bijzonder intense vorm van microgolfstraling. Terwijl druppels van normaal leidingwater onder deze belasting hun structuur duidelijk veranderden, vertoonde MAUNAWAI-water het tegenovergestelde effect: de oorspronkelijke structuur werd versterkt, het druppelbeeld werd scherper.
Dit betekent: water met een goed ontwikkelde structuur is niet alleen biologisch waardevoller, maar ook stabieler ten opzichte van invloeden van buitenaf. Een relevant aspect in onze omgeving die steeds meer doordrongen is van elektromagnetische velden – van wifi-routers en smartphones tot DECT-draadloze telefoons, die op dezelfde frequentie werken als een magnetron (2,45 GHz – een resonantiefrequentie van water).
De methode van de toekomst
Resonantiespectroscopie voegt een cruciale dimensie toe aan de conventionele chemische analyse. Terwijl chemische analyses laten zien wat er in het water is opgelost, laat resonantiespectroscopie zien hoe het water is gestructureerd en welke biologische informatie het bevat. Beide methoden samen geven een volledig beeld van de waterkwaliteit – en bij MAUNAWAI zijn beide resultaten uitstekend.
Samenvatting
De IIREC-resonantiespectroscopie bewijst: door MAUNAWAI gefilterd water verschilt fundamenteel van normaal leidingwater – niet alleen chemisch, maar ook biofysisch. De sterke uitslag van de vitale frequentie bij 22,5 Hz en de celwaterachtige eigenschappen bij 61,0 Hz zijn volgens Dr. Medinger een uniek kenmerk van het MAUNAWAI-systeem.
Wat dit voor uw dagelijks leven betekent
Resonantiespectroscopie lijkt op het eerste gezicht misschien een abstracte meetmethode. Maar de resultaten ervan hebben een heel concrete betekenis voor uw dagelijks leven. De vitale frequentie bij 22,5 Hz staat voor een optimale celdoorlaatbaarheid – dat wil zeggen dat het water bijzonder goed door uw lichaam kan worden opgenomen en benut. De celwaterachtige eigenschappen bij 61,0 Hz duiden op een waterkwaliteit die dicht in de buurt komt van het natuurlijke water in uw lichaamscellen.
Veel MAUNAWAI-gebruikers melden dat ze het verschil voelen: het water smaakt zachter, frisser en levendiger. Sommigen drinken aanzienlijk meer dan voorheen, omdat de smaak hen daartoe uitnodigt. Anderen merken veranderingen in hun welzijn. Deze subjectieve ervaringen komen overeen met wat de biofysische metingen objectief aantonen:
MAUNAWAI-water is niet zomaar gefilterd leidingwater – het is geregenereerd water met bronwaterkwaliteit.
Als u meer wilt weten over de wetenschappelijke basis van de waterstructuur, lees dan verder in de rubriek „Water begrijpen”, met name het gedeelte „Levend water”.